|
Daar ben ik weer. Het is eindelijk nog eens open. Lieve, sterkte. Het leven geeft en neemt. Carolien en Ria, ik kom niet zondag. Ik zal wel bellen met een aperitief bij de hand. Dakar! Onvoorstelbaar! Eerst dacht ik: is dit het centrum? Het leek mij eerder de buitenwijken. Die kleuren, die geuren, dat leeft en bruist en is tegelijkertijd zo vuil en armoedig. Als ze mij te veel aanklampen (ze hadden mij bijna op de bus naar Thiès geduwd en daar wou ik helemaal niet naar toe) dan zeg ik 'filadek', wat zoveel betekent als 'ik ben van hier'. Dan zeg ik iets als 'tangana', dat is 'wat is het warm' en 'legilegi' 'tot later eens' en zo gaat mijn wolof met minstens 3 woorden per dag vooruit. Mijn dorp heet Toubab Dialaw. Je kan googlen, maar het is in het echt nog geen honderste van hoe ze het doen voorkomen. Internetten kost 400 CEFA per uur, dat is 60 cent. Ik kook soms zelf wat maar ik eet veel bij Lala, mijn vriendin zeg maar. Daar betaal ik 2500 CEFA, 3.25 euro, wat zij schandelijk veel vindt. Ze heeft 2 kinderen: Penda (trouwens Lala noemt mij altijd Penda, naar haar moeder en haar dochter) is 4 jaar en is een dwergje en Elhadj is 2.5. Haar man is altijd in Dakar (om voor mij nog onduidelijke redenen) en zij heeft dus dat onooglijke restaurantje. Nu ga ik eerst hotmailen en dan kom ik misschien nog even terug
|